Einde carrière

Zondagochtend half tien. Over de bosbaan waait een zacht briesje, de temperatuur is onaangenaam. Roy Delis passeert in grote vaart, gebogen over het stuur van zijn damesfiets. “Delis is aan het zweetfietsen”, zeg ik tegen mijn passagier op de bagagedrager. Verwonderd kijken we achterom. Je moet het maar doen: in een regenpak heen en weer jakkeren over de bosbaan. We fietsen verder. Een paar honderd meter verderop ligt een twee-zonder ondersteboven in het water. Kamprechters proberen het ranke schip op hun volgbootje te hijsen. “Oud Asopos de Vliet” staat er op de boot. Dan snap ik het. Delis is niet aan het zweetfietsen, maar fietst zich uit de naad op weg naar een droog paar kleren.

Maart 2006, de Amstel.

De winter houdt Nederland in haar ijzeren greep als de roeiers zich opmaken voor de Head of the River. Voor het botenhuis van Skoll werkt de Lichte acht van Asopos de Vliet haar warming-up af. Favorieten in het uitgedunde SA veld. Middelpunt van de groep: Roy Delis. Je kunt niet om hem heen. Dit komt niet door zijn grote en alles beslaande verschijning maar meer door zijn bijna-niet aanwezigheid. Zijn lichaam dun en uitgemergeld. Een holle blik die wacht tot het moment dat de weging hem uit zijn lijden verlost. 72.5 zijn lucky number. Hij doet al vroeg in het seizoen een poging om op gewicht te zijn. Gekkenwerk. Zeer onverstandig, volgens sommigen. Een gouden hart voor zijn ploeggenoten, denk ik. Maar dat kan ook onverstandig zijn. Gekkenwerk is het zeker. De geruchten gaan dat hij de afgelopen twee dagen op één pakje Sultana`s heeft geleefd. Het is hem aan te zien.
`s Middags helpt hij Asopos aan de overwinning in het lichte SA veld. Waardeloze overwinning volgens sommigen, belangrijk voor de vereniging, volgens Delis. Komt zijn hoogtepunt niet te vroeg? Delis moet later in het seizoen pieken. Op de Randstad-regatta wil hij zijn plek in een van de bondsploegen heroveren. In de vierzonder, desnoods in de lichte acht.

April 2006, Bosbaan

Een kamprechter wendt zich tot de mensen op de kant. Zijn collega probeert de twee-zonder vast te maken aan het volgbootje. Zijn boodschap voor de coaches op de kant: “Start lichte twee-zonders wordt een half uur uitgesteld, wacht u op verdere informatie uit de wedstrijdtoren.” Delis is aangevaren door een Aegir-acht en krijgt een herkansing. Leden van Asopos de Vliet staan in een kringetje bijelkaar. Zijn vriendin Marieke vertelt over de uitgekiende voorbereiding: romantische nachten in regenpak, uren zweetfietsen op de hometrainer. De sportman die alles over heeft voor zijn sport krijgt een herkansing. In de voorrondes van de zware twee-zonder gaat Delis alsnog over de baan maar de combinatie Delis/ van Schie oogt niet als een geoliede machine. “Roy is van slag” en “zo`n aanvaring breekt je concentratie”, zijn de commentaren op de kant. De omstandigheden zouden de sporter dwars zitten. Delis glijdt op een hellend vlak. Omstandigheden zijn er altijd. Een sporter moet ervoor zorgen dat hij zich er niet achter hoeft te verschuilen, dat hij altijd goed kan presteren. Delis is zelf aanhanger van het adagium: “Wie er niet is kun je niet verslaan”, over het gezeur van onderbezette nummers. Hij weet dat de omstandigheden niet tellen, dat een piekmoment een piekmoment is. Wat er ook gebeurt. De bondscoach weet het, zelfs zijn vriendin lijkt het te beseffen. Er volgt nog een B-finale maar ook hier valt het resultaat tegen. Het kwaad is al geschied, de moraal gebroken.

Gehuld in trainingspak verlaat Delis de bosbaan. Hij ziet er in de flauwe aprilzon gebroken uit. Een holle blik die dit keer geen honger maar diepe teleurstelling verraadt. 29 jaar oud, bijna afgestudeerd en nu misschien ook uitgeroeid. Zijn wandelen is waggelen geworden en succes is ver weg. Ziet het einde van een carrière er zo uit?

Leave a Reply