Optimistic bias & planning fallacy: valkuilen voor politici

Wethouder Karin Dekker lyrisch over stadsbalkon

Door Maarten Kolsloot

De persconferentie van burgemeester en wethouders is al ruimschoots begonnen als wethouder Karin Dekker aanschuift. Bijna ongemerkt benadert ze de ovale tafel in het midden van de modern ingerichte vergaderkamer. Door de ramen links van haar kijkt ze nog net uit op het waagcomplex in het verlengde van de Herestraat. Veel tijd om van het uitzicht te genieten krijgt ze niet als de fietsenstalling in het Groninger Stadsbalkon ter sprake komt.

Dekker, verantwoordelijk voor verkeer en vervoer in de stad, geeft een toelichting op de fietsparkeerproblemen bij het stadsbalkon. Het balkon is nog niet voltooid maar nu al is de capaciteit met 4000 stallingsplaatsen onvoldoende. Rond de kerstdagen verwacht de Fietsersbond regio Groningen een grote chaos rond het station: duizenden studenten zullen hun fiets achterlaten als ze de feestdagen elders doorbrengen.

Als Dekker het woord neemt vult de kamer zich met optimisme. De capaciteit van het stadsbalkon staat weliswaar onder druk, maar dat kan ook anders worden gezien. Het balkon is juist een enorm succes. Zoveel mensen die er hun fiets willen parkeren. Het is volgens Dekker ongekend. En dan de toezichthouders. Die zijn met hun vriendelijke behulpzaamheid een fantastisch visitekaartje voor de stad. Hoe de wethouder de parkeerproblemen op gaat lossen? Dekker denkt aan het vergroten van de capaciteit in het stadsbalkon (praktisch onmogelijk) en wijst op de medewerkers van stichting werkprojecten die nog een half jaar langer helpen met het stallen van fietsen.

De capaciteit in het stadsbalkon heeft een maximum bereikt, de hulp van de vriendelijke uitkeringsgerechtigde parkeerwachters verkleint het probleem niet. Een oplossing van de problemen is voor vrijdag niet te realiseren.

De wethouder denkt dat het allemaal wel goed komt, van tegenspoed spreekt ze slechts in bedekte termen. Dit fenomeen wordt ook wel de optimistic bias genoemd. Deze bias zorgt ervoor dat mensen verwachten dat dingen goed aflopen. In dit geval gaat het om de stallingsproblemen, maar het kan ook gaan om de verwachting ten aanzien van huwelijksverwachtingen, het ontlopen van ernstige ziektes en het leiden van een gelukkig leven.

Een ander voorbeeld van de optimistic bias vormen Dekkers ideeën over de korte termijn oplossingen voor de stallingsproblemen: de wethouder heeft een onrealistisch idee over de mogelijkheden op de korte termijn. Dit fenomeen wordt wel de planning fallacy genoemd.

Mensen maken een mentale voorstelling van hoe een gebeurtenis of evenement zal verlopen. Mensen zijn niet in staat om alle mogelijke alternatieven mee te nemen in hun beoordeling van de situatie. Deze beoordeling zorgt er bijvoorbeeld voor dat hindernissen niet worden gezien of worden onderschat. Dit resulteert in een overoptimistische inschatting van de loop der dingen.
Is er hoop voor wethouder Dekker? Ja. Recent onderzoek door Sander Koole en Mascha van’t Spijker (LINK: Koole, Sander; Spijker, Mascha Van’t. European Journal of Social Psychology, Nov2000, Vol. 30 Issue 6, p873-888, 16p; (AN 11830229) )heeft uitgewezen dat mensen vormen van bias kunnen verkleinen door duidelijke intenties te formuleren over waar en wanneer ze een opdracht willen uitvoeren. Een goede planning van de voorzorgsmaatregelen kan de oplossing voor Dekkers problemen zijn.

3 Responses to “Optimistic bias & planning fallacy: valkuilen voor politici”

  1. Daan Bonenkamp Says:

    Beste Maarten,

    de toon van je stuk bevalt me geenszins. De gemeente zet zich met vereende krachten in om het de studenten in de stad goed naar de zin te maken. Mede daarom werd jaren geleden besloten tot een ingrijpende verbouwing van het plein voor het station. De prachtige overdekte fietsenstalling is daarvan het resultaat. Nog nooit kon je in Groningen bij het station zoveel fietsen kwijt als nu!

    Het probleem dat je aansnijdt is niettemin inderdaad relevant:er is sprake van ondercapaciteit. De oorzaak daarvan ligt echter ergens anders dan waar jij hem legt. De capaciteit is door de gemeente buitengewoon goed doorgerekend. De gemiddelde student heeft tegenwoordig echter niet meer genoeg aan één fiets. De luxe en welvaart onder het studerend plebs loopt de spuigaten uit. Een fiets voor naar het werk, een fiets voor het stappen, een fiets voor de jaarlijkse fietstocht op de familiedag, een fiets voor je eerste date, een fiets voor je tweede date etcetera, etcetera.

    Beste Maarten, ik weet dat je van dammen houdt, maar dat is geen reden om onze wethouder op een dergelijke manier in de hoek te zetten. Zij doet haar best, dat zou jij als nieuwbakken weblogbeheerder juist moeten waarderen!

    Voor de toekomst wens ik je alle geluk, maar vooral heel veel wijsheid toe!

    Hoofdredacteur economie,
    Daan Bonenkamp.

  2. Renske Says:

    Als we dan al twee fietsen hebben, is dat eerder om van alle onderdelen samen één fiets te bouwen die het wél doet…..

  3. Gerhard Says:

    Waarom zou iemand meerdere fietsen op het station parkeren?

    Mijn (enige) fiets heeft z’n nachtje kerst op het station prima overleefd, dankzij de toren die er nog stond.

Leave a Reply