John van den Heuvel begint zijn nieuwe programma met een stunt: Willem Holleeder spreekt. De Extra Beveiligde Inrichting in Vught laat geen muis naar buiten, maar een reclamestunt voor het programma van van den Heuvel vormt geen probleem.
De spanning wordt de hele middag opgevoerd. Radiospotjes laten de doordringende stem van de presentator horen. Aan het einde van de middag hebben zelfs de nieuwsbulletins het bericht opgepikt. Naast honderdduizenden nieuwsgierige kijkers zal ook het openbaaar ministerie meekijken volgens de berichten. Mocht Holleeder schokkende dingen zeggen dan kunnen er maatregelen worden genomen.
Van den Heuvel, iets houterig, of wellicht net zo houterig als zijn collega de Vries, kondigt het programma sober aan. De journalistieke primeur lag voor het oprapen, en John heeft hem van de deurmat gegrist.
Holleeder spreekt met zachtmoedige onverschilligheid. Dezelfde zachtmoedigheid waarachter een meedogenloos misdadiger schuil zou gaan. Hij lepelt een paar gemeenplaatsen op. Het grootste nieuws is dat hij iets zegt, niet wat hij zegt. Het dossier bevat ‘allemaal onzin’ en ‘ik weet zelf dat ik geen afpersingen heb gepleegd’.
Is dit dan de waarheid? Holleeder als onverschillig slachtoffer van het Nederlandse rechtssysteem? In een oud tv-fragment is Holleeder te zien voor zijn uitlevering naar Nederland. Met dezelfde zachtmoedige onverschilligheid kijkt hij vooruit naar zijn uitlevering. Je wilt bijna niet geloven dat dit de man is die Heineken ontvoerde.
En dat is nu juist het nieuws dat van den Heuvel brengt. De link tussen Holleeder twintig jaar geleden en Holleeder anno 2007 brengt de misdaadverslaggever treffend in beeld. Dezelfde zachtmoedigheid, dezelfde ogenschijnlijk vriendelijke man. Ogenschijnlijk, dat wel.
No Comments