Bart Chabot: op de rand van een veld

Door Maarten Kolsloot

Joost Zwagerman beschreef Herman Brood kort na zijn dood als: “”¦ een ‘stadse indiaan’, een schelm, een jongen vol zelfspot, een rock’n’ roll-beest en kunstenaar die een brug sloeg tussen avant-garde en massakunst.”[1] Volgens Zwagerman lukte het Brood om de grens tussen de hoge en de lage cultuur te doorbreken. Broods biograaf Bart Chabot begeeft zich met Broodje gezond – het eerste deel van de tetralogie over Brood ““ eveneens op de rand van twee velden: het journalistieke en het literaire. Het onderscheid tussen verschillende literaire journalistieke vormen is niet altijd duidelijk en Chabots boek is deel van deze onduidelijkheid.[2] Is er sprake van literatuur of een nieuwswaardig journalistiek verhaal over het leven van een junk? En als Chabot zich op de rand van deze twee velden beweegt gaat hij dan over de rand zodat hij in een van beide velden kan worden geplaatst?


De Franse socioloog Pierre Bourdieu maakt een onderscheid tussen het journalistieke en het literaire veld. Hij ziet een veld als een krachtenveld waarin actoren stellingen innemen die hun positie in het veld bepalen.[3] De gekozen posities zijn gericht op behoud of verandering van de krachtsverhoudingen in een veld.[4] Bourdieu noemt het literaire veld: “”¦ een microcosmos die de actoren en instituten samenbrengt die zich bezighouden met de productie van literaire werken.”[5] Het journalistieke veld valt in zijn ogen niet volgens identieke lijnen te onderscheiden. De zwakke autonome positie die het journalistieke veld kenmerkt ““ het is niet voldoende om alleen de wereld die journalisten omringt te kennen ““ vraagt om een analyse van de onderlinge verhoudingen tussen de betrokken personen.[6]

Velden verkeren in een onderlinge strijd waarvan de inzet is: “”¦het monopolie over het legitieme geweld (over het specifieke gezag) dat kenmerkend is voor het veld in kwestie, dat wil zeggen niets anders dan de handhaving of ondermijning van de verdelingsstructuur van het specifieke kapitaal. Met de term specifiek kapitaal wordt bedoeld dat dit kapitaal waarde heeft in relatie tot een bepaald veld, dus binnen de grenzen van dat veld, en dat het alleen onder bepaalde voorwaarden convertibel is in een ander soort kapitaal.”[7] De machthebbers neigen naar conservatieve strategieën die de doxa (het geheel van heersende overtuigingen en opvattingen) in stand houden terwijl de nieuwkomers in een veld ““ Chabot in dit geval ““ gericht zijn op een kritische breuk met de heersende opvattingen, een breuk die heterodoxie wordt genoemd.[8] En het zijn juist de machthebbers in het literaire veld die in lijn met de heersende opvattingen Chabot lang buitensluiten. Het kapitaal dat door Broodje gezond vertegenwoordigd wordt heeft in de ogen van de literaire uitgevers slechts veldgebonden waarde: Chabot voldoet niet aan de bestaande literaire conventies en in het literaire veld wordt aan muziekboeken geen waarde gehecht.

Uitgeverij De Bezige Bij toonde in 1992 geen interesse in een boek van Chabot over Brood onder het motto: ‘Brood gaat dood en jij bent een chaoot’.[9] Chabot beschouwde zich hiermee als “persona non grata in de literaire wereld.”[10] Dat Joost Zwagerman Chabot bij de presentatie van Broodje gezond in alle ernst om een handtekening vraagt, ervaart Chabot als acceptatie.[11] Even denkt de auteur dat Zwagerman hem in de maling neemt maar Zwagermans positieve recensie bewijst het tegendeel: De schrijver is een van de weinigen die wel aandacht aan Broodje gezond besteedt. Dat veel kranten en tijdschriften, als vertegenwoordigers van de literaire kritiek, Broodje gezond links laten liggen geeft aan dat het literaire veld Chabot de toegang onverminderd weigert.[12] [13]

De discussie over de literaire status van Chabot omvat ook de vraag naar de biografische waarde van zijn boek. Literair redacteur Pieter Steinz ontkent de biografische status van Chabots vierdelige Brood biografie: “Een echte biografie is het natuurlijk niet, dat weet iedereen die in 1996 is begonnen aan Broodje gezond. Chabot schetste daarin niet de levensloop en artistieke carrière van de uit Zwolle afkomstige zanger-pianist-schilder; hij wilde voor alles duidelijk maken wat het betekende om Herman Brood te zijn.”[14] De omstandigheid waarin de schrijver zijn onderwerp soms dagelijks volgt maakt dat journalist Ben Haveman Chabot een ‘eigentijdse Eckermann’ noemt, naar Johan Peter Eckermann de biograaf van de Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe. Van de negen jaar die Eckermann met de dichter samenwoonde publiceerde hij een verslag gebaseerd op aantekeningen en herinneringen van gesprekken die de twee voerden.[15] Een losse niet onderbouwde vergelijking die door Steinz naar aanleiding van Broodje halfom, het tweede deel in de tetralogie, geheel anders wordt geïnterpreteerd: ” ‘In der Beschränkung zeigt sich der Meister’ noteerde J.P. Eckermann, de Chabot van J.W. Goethe, in zijn Gespräche mit Goethe; Bart Chabot toont zich een brugklasser. Driehonderd bladzijden is veel te veel voor wat hij wil vertellen; de lezer wordt al gauw moe van de soms letterlijke herhalingen (van uitspraken, anekdotes, situaties) en van de terugkerende patronen”¦”[16]

Mocht de conclusie zijn dat Chabot afwijkt van de heersende opvattingen over biografieën, dan hoeft dit nog niet te betekenen dat hij niet in het literaire veld kan worden opgenomen. In Bourdieu’s opvattingen bestaat een intellectueel pas als hij zich onderscheidt van zijn collega’s: “Niets is meer bedreigend dan de look-a-like die je indentiteit doet verdwijnen.”[17] De unieke positie die Chabot met zijn boek inneemt kan dus juist een voorwaarde zijn om tot het literaire veld te worden toegelaten.

Chabot heeft de afweging gemaakt of het verhaal van Brood een interessant verhaal is: kan het voldoende mensen boeien? Een afweging gelijk aan de door Schudson voor een nieuwsverhaal voorwaardelijk geachtte vraag: “Bevindt zich in deze berg feiten een interessant onderwerp?”[18]

Broodje gezond heeft meerdere eigenschappen van een nieuwsverhaal. Het is een waar verhaal, het heeft een begin en een einde (al zijn begin en einde meer door de reeks heen te zien dan binnen een deel) en is verifieerbaar; datum, plaats van handelen en de betrokken personages worden vaak vermeld.[19] Dat het verhaal interessant is wordt op het eerste gezicht ondersteund door de tienduizenden kopers van de boeken. Toch is het niet voldoende om deze economische cijfers als maatgevend voor de nieuwswaardigheid van het verhaal te zien, daar nu juist economische factoren voor verzwakking van de autonome positie van velden zorgen.[20] Economische overwegingen ““ zoals de waarderingscijfers van een publiek ““ hebben in Schudsons visie een steeds grotere invloed op de productie van journalistieke werken. De positie die Brood in verschillende velden innam is een beter vertrekpunt voor de beoordeling van de nieuwswaardigheid van het verhaal. Als schilder, muzikant en rolmodel wekte Brood de interesse van een breed publiek. De door Chabot gemaakte afwegingen bij het schrijven van zijn boek vinden dan ook niet alleen oorsprong in zijn vriendschap met Brood maar veeleer ook in door Schudson aangehaalde overwegingen bij de beoordeling van een nieuwswaardig verhaal. Schudson betoogt in News as literature and narrative dat een schrijver liever gechoqueerde dan verlichte lezers heeft. De gechoqueerde lezer zal eerder een verhaal doorvertellen. Verhalen die deze gevoelens oproepen worden door Schudson “Holy shit” verhalen genoemd. Journalisten zijn in zijn ogen in staat om dit soort verhalen op te zoeken met behulp van ‘een neus voor nieuws’. Verder kunnen journalisten een verhaal zo boetseren dat het choquerende effect sterker naar voren komt.[21]

Chabot is in staat om een verhaal te vertellen waar mensen van achterover slaan, gebaseerd op feiten. Het zijn juist die feiten ““ controleerbare gebeurtenissen zoals datums, plaatsen en personages ““ die het verhaal in een bestaand ideologisch kader laten passen. Zoals een journalistiek bericht gebruik maakt van de omgekeerde piramide als tekstvorm die aansluit bij ‘de ideologische doctrine van objectiviteit’ maakt Broodje gezond gebruik van feiten om de geloofwaardigheid van het verhaal te vergroten.[22] Feiten worden gepresenteerd als geïnterpreteerde gebeurtenissen waarbij de schrijver niet op de achtergrond blijft maar als deelnemer op de voorgrond treedt. Handelingen verricht door de schrijver worden aangegrepen om de interactie met de hoofdpersoon te accentueren, zoals in het eerste hoofdstuk dat zich afspeelt in ‘Huize Ria’, op 14 januari 1992: “Herman kijkt me vragend aan. Ik zet de casetterecorder op de bar. ‘Tape rolling?’ informeert hij.”[23]

Broodje gezond gebruikt datums als markeringstekens. Soms liggen deze ver uit elkaar wat niets anders suggereert dan dat er in de tussenliggende tijd niets nieuwswaardigs gebeurt. Datums doen een beroep op algemene en ongemerkt geactiveerde kennis: datums gekoppeld aan feiten passen binnen een bestaand frame en komen daarmee geloofwaardig over.

De weggelaten datums accentueren een ander belangrijk aspect van het boek: gewone dagen bestaan niet in het leven van de hoofdpersoon.

Er valt zelfs te argumenteren dat ook Broodje gezond gebruik maakt van de omgekeerde piramide als standaard journalistieke vorm.[24] In het eerste hoofdstuk worden de in de bovenkant van deze piramide geplaatste vragen over het wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe van de hoofdpersonen beantwoord. De lezer begint vervolgens met een duidelijk kader aan de wervelende levenswandel van Brood waarin steeds meer details worden onthuld. Van een volmaakte omgekeerde piramidevorm is echter geen sprake. Het boek maakt onderdeel uit van een vierluik en dat zorgt ervoor dat de onderste hoek van de piramide niet bereikt wordt in het eerste deel. De tetralogie wordt pas voltooid in het laatste deel – Broodje springlevend – waarin Brood overlijdt.

Dat het niet om een kunstgreep gaat maar om een weloverwogen poging tot plaatsing van Chabots werk binnen het journalistieke discours wordt ondersteund door Schudsons visie op de narratieve functie van een verhaal. Deze narratieve visie op journalistiek ziet het verhaal als onderdeel van een betekenisgevend proces in plaats van een informatieproces. Schudson stelt dat de narratieve visie meer de nadruk legt op de sociale dan op de mechanische kenmerken van het nieuwsproces.[25] Een boek zoals Broodje gezond past dus binnen een journalistiek discours waarin naast feitelijke verslagen ook gekleurde verslagen een plaats hebben.

Literair criticus Arjan Peters geeft in zijn boek De Broodschrijver aan hoe Chabot de randen van verschillende genres raakt: “Met terugwerkende kracht werd Chabots tetralogie behalve een biografie ook een reportage die over een periode van zo’n tien jaar de neergang van de muzikant-schilder-dichter nauwgezet in beeld brengt. Van onderwerp naar lijdend voorwerp.”[26]

“Vakkundig heeft hij dialogen en monologen gemonteerd, zich als registrator zonder oordeel ogenschijnlijk toevallig in de buurt bevindend van het fenomeen, bijna alsof hij Brood bespiedde zonder dat die het in de gaten had. Die ervaring van directheid, een zeldzaamheid in de literatuur (en trouwens ook in de journalistiek), is in de afgelopen jaren door vele tienduizenden lezers dankbaar ondergaan.”[27] Chabot wil de afstand tussen hem en het onderwerp verkleinen door zo te schrijven dat je als lezer bijna deelnemer aan het verhaal wordt: “De afstand is bij mij tot een minimum beperkt. “¦ Je zit naast Herman in de bar. Je hoort het verhaal rechtstreeks uit zijn mond.”[28]

De beperkte afstand die Chabot ten opzichte van zijn hoofdpersonage houdt, de directheid van de beschrijvingen en de grote verzameling feitenmateriaal maakt dat Chabots boek een journalistiek verslag is. Maar dan wel een journalistiek verslag waarin gebruik wordt gemaakt van literaire technieken. Broodje gezond is een grote reportage over het leven van Herman Brood waarin details en scènes een vooraanstaande rol spelen. Het gebruik van dialogen en in detail geschetste scènes doet denken aan het new journalism.[29]

Chabot begeeft zich op de grens van feit en fictie die kenmerkend is voor new journalist Truman Capote’s In Cold Blood. Hoewel beide boeken twee volstrekt verschillende verhalen vertellen zijn er enkele opvallende overeenkomsten. De uit het geheugen gediepte gesprekken ““ waarbij het geheugen van de soms warrig vertellende Brood betwijfeld mag worden in vergelijking met dat van Capote ““ en de sterke kleuring van gebeurtenissen zijn kenmerken die beide boeken met elkaar delen.

Zou Chabot in het verlengde van de traditie van het new journalism kunnen worden geplaatst? Binnen de door Tom Wolfe aangehangen betekenis van de stroming wellicht wel. Wolfe benadrukt de technische en stilistische vernieuwing van new journalism.[30] Meer aandacht voor de personages, meer kleuring, de schrijver als actor: het is allemaal terug te vinden in Broodje gezond. Ook de centrale rol van Chabot als creatief en verantwoordelijk individu dat het emotionele karakter van Brood blootlegt, ademt de geur van new journalism.[31]

Toch gaat het te ver om Broodje gezond binnen het new journalism te plaatsen. Van Dijck benadrukt de ruimere betekenis van de stroming: “Het is van belang de producten van New Journalists te zien als de representatie van een historisch moment waarop verschillende schrijvers een discussie op gang brachten over de veranderende conventies van schrijven, publiceren, uitgeven en communiceren met een publiek.” De kritiek die deze schrijvers hadden op de bestaande conventies vormt een ‘meta-taal’: “een reflectie op het schrijven zelf als vorm van betekenisgeving.”[32] [33]

Door de overeenkomsten van Chabots werk met de werken uit die periode te interpreteren als new journalism wordt voorbijgegaan aan specifieke culturele omstandigheden. New journalism was new journalism, omdat het in een specifieke tijd valt te plaatsen, niet alleen omdat het bepaalde tekstuele kenmerken bezat.

Chabot begeeft zich op de grens van journalistiek en literatuur, in de traditie van de new journalists, maar valt van de evenwichtsbalk terug in het veld van de journalistiek. Aan de verifieerbare feiten wordt een dimensie toegevoegd. Of zoals Steinz het in ‘Van het ene shot naar het andere’ verwoordde: “hij wilde voor alles duidelijk maken wat het was om Brood te zijn.” De dimensie die Chabot aan het verhaal over Brood toevoegt valt niet binnen een nieuw journalistiek discours te vatten maar binnen de bestaande lijnen van het journalistieke veld. Chabot ontloopt daarmee ook de competitie tussen velden die zwaar wegende nadelen kan hebben. In velden die onder commerciële omstandigheden cultuur ‘produceren’, leidt competitie tot uniformiteit, censuur en conservatisme.[34] Door aansluiting te vinden bij het journalistieke veld loopt Chabot zulke risico’s niet. Binnen de kaders van het journalistieke veld kan hij zich onderscheiden, zonder in een strijd om herkenning onherkenbaar ten onder te gaan.

 

Bibliografie

1. Pierre Bourdieu, ‘Enkele eigenschappen van velden’, in Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip (Amsterdam: Van Gennep, 1992) 171-178.

2. Pierre Bourdieu, ‘The Political Field, the Social Science Field, and the Journalistic Field’, in Bourdieu and the Journalistic Field, eds. Rodney Benson en Erik Neveu (Cambridge: Polity, 2005) 29-47.

3. Ilja van den Broek, ‘De persoonlijke politiek van New Journalism’, Tijdschrift voor Mediageschiedenis 6/1 (2003) 108-121.

4. Bart Chabot, Broodje gezond (Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1996).

5. José van Dijck, ‘Cultuurkritiek en journalistiek. De discursieve strategie van new journalism’, Feit en fictie 2/1 (1994) 66-78.

6. http://gutenberg.spiegel.de/eckerman/gesprche/gsp0000.htm, 18 januari 2007.

7. John Hartsock, ‘Narrative literary journalism, sensational journalism, and muckracking’, in A History of American Literary Journalism (Amherst: University of Massachusetts Press, 2000) 134-151.

8. Ben Haveman, ‘Een raket zonder brandstof’, De Volkskrant, 5 oktober 2004.

9. Arjan Peters, De Broodschrijver Over de Herman Brood-biografie van Bart Chabot (Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2006).

10. Michael Schudson, ‘News as literature and narrative’, in: The sociology of news (New York and London, W.W. Norton, 2003)177-193.

11. Pieter Steinz, ‘Van het ene shot naar het andere’, NRC Handelsblad, 12 september 2003.

12. Joost Zwagerman, ‘Sfinx zonder geheimen’, De Volkskrant, 12 juli 2001.

——————————————————————————–

[1] Joost Zwagerman, ‘Sfinx zonder geheimen’, De Volkskrant, 12 juli 2001.

[2] John Hartsock, ‘Narrative literary journalism, sensational journalism, and muckracking’, in A History of American Literary Journalism (Amherst: University of Massachusetts Press, 2000) 135.

[3] Pierre Bourdieu, ‘The Political Field, the Social Science Field, and the Journalistic Field’, in Bourdieu and the Journalistic Field, eds. Rodney Benson en Erik Neveu (Cambridge: Polity, 2005) 30.

[4] Idem.

[5] Idem.

[6] Ibidem, 33.

[7]Pierre Bourdieu, ‘Enkele eigenschappen van velden’, in Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip (Amsterdam: Van Gennep, 1992) 172.

[8]Ibidem, 173.

[9] Arjan Peters, De Broodschrijver Over de Herman Brood-biografie van Bart Chabot (Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2006) 30.

[10] Joost Zwagerman, ‘Sfinx zonder geheimen’, De Volkskrant, 12 juli 2001.

[11] Ben Haveman, ‘Een raket zonder brandstof’, De Volkskrant, 5 oktober 2004.

[12] Idem.

[13] Arjan Peters, De Broodschrijver.

[14] Pieter Steinz, ‘Van het ene shot naar het andere’, NRC Handelsblad, 12 september 2003.

[15] http://gutenberg.spiegel.de/eckerman/gesprche/gsp0000.htm.

[16] Idem.

[17] Pierre Bourdieu, ‘The Political Field, the Social Science Field, and the Journalistic Field’, 40.

[18] Michael Schudson, ‘News as literature and narrative’, in: The sociology of news (New York and London, W.W. Norton, 2003) 179.

[19] Ibidem, 177-193.

[20] Pierre Bourdieu, ‘The Political Field, the Social Science Field, and the Journalistic Field’, 42.

[21] Michael Schudson, ‘News as literature and narrative’, 177-193.

[22] José van Dijck, ‘Cultuurkritiek en journalistiek. De discursieve strategie van new journalism’, Feit en fictie 2/1 (1994) 69.

[23] Bart Chabot, Broodje gezond (Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1996) 14.

[24] Michael Schudson, ‘News as literature and narrative’, 185.

[25] Ibidem, 192.

[26] Arjan Peters, De Broodschrijver 6.

[27] Idem.

[28] Ibidem, 28.

[29] Ilja van den Broek, ‘De persoonlijke politiek van New Journalism’, Tijdschrift voor Mediageschiedenis 6/1 (2003) 108.

[30] José van Dijck, ‘Cultuurkritiek en journalistiek. De discursieve strategie van new journalism’, 77.

[31] Ilja van den Broek, ‘De persoonlijke politiek van New Journalism’, 113.

[32] José van Dijck, ‘Cultuurkritiek en journalistiek. De discursieve strategie van new journalism’, 74-77.

[33] Ilja van den Broek, ‘De persoonlijke politiek van New Journalism’, 109.

[34] Pierre Bourdieu, ‘The Political Field, the Social Science Field, and the Journalistic Field’, 44-45.

No Comments

Geef een reactie

Your email is never shared.Required fields are marked *