Debat over wetenschappelijke status journalistiek verstomd
Door Maarten Kolsloot
Harry Lockefeer pleitte jarenlang voor een academische journalistiekopleiding. Na zijn werk als hoofdredacteur bij de Volkskrant kon hij dit ideaal verwezenlijken en werd Lockefeer in 1995 hoogleraar in Groningen. Journalistiek als wetenschappelijke discipline, de oud-hoofdredacteur vond het vanzelfsprekend, maar niet iedereen deelde zijn visie. Tegen de journalistiek als wetenschappelijke discipline bestond tot aan het einde van de twintigste eeuw veel weerstand.
In 1961 en 1962 voerde redacteur Kees Wiese van Het Vrije Volk de eerste gesprekken met zijn medewerker Henk van Os over een wetenschappelijke opleiding voor journalisten. De gesprekken borduurden voort op de bevindingen van professor van Rooij in de jaren ’50. In opdracht van de Nederlandse Journalisten Kring (NJK, voorganger NVJ, MK) deed hij onderzoek naar de opleiding van journalisten.
Zijn conclusie luidde dat een academische opleiding ideaal zou zijn, maar dat een HBO- opleiding het hoogst haalbare was.” Hoewel Wiese met deze bevindingen geen genoegen nam, bleek een universitaire journalistiekopleiding begin jaren zestig niet haalbaar: “We hebben de mogelijkheden overwogen, maar de opleiding zou dan rond een journalist gecentreerd zijn en los van de universiteit staan. Dat wilden we niet.”
In 1986 is Henk van Os decaan van de Letterenfaculteit van de Rijksuniversiteit Groningen. Wiese besluit de gesprekken weer op te pakken en hij nodigt onder andere het faculteitsbestuur en de hoofdredactie van het Nieuwsblad van het Noorden uit voor een lunch. “Die lunch leerde dat we (Hazewinkel Pers, Nieuwsblad van het Noorden en de Letterenfaculteit) het niet in elkaar zagen zitten, maar dat alle partijen in eigen kring verder over een opleiding zouden nadenken. Het lobbyen ging door en uiteindelijk besloot ik de stichting Groninger Studie Journalistiek (GSJ) op te richten.”
Samen met de Groningse historicus Hans Renner schrijft Wiese namens de stichting een pleitnota die het belang van een universitaire bovenbouwstudie benadrukt. De pleitnota wordt gestuurd naar universiteiten, tweede kamerleden, vakbonden en gepubliceerd in het Nieuwsblad van het Noorden.
De lobby heeft succes: in het studiejaar 1991/1992 gaat de bovenbouwopleiding van start. Professor Tromp, eveneens bestuurslid van de stichting, bracht een belangrijk argument voor de vestiging van journalistiek als wetenschappelijke discipline naar voren: “Eigenlijk gebruiken onderzoekers en journalisten min of meer dezelfde methoden. Dan is het toch bijna vanzelfsprekend dat je als jounalist je opleiding aan de universiteit krijgt?”
Al in 1989 benadrukte Lockefeer ““ hij was op dat moment hoofdredacteur van de Volkskrant – de noodzaak van een wetenschappelijke journalistiekopleiding: “In de praktijk van ons werk blijkt regelmatig dat veel pas afgestudeerde academici graag in de journalistiek werkzaam zouden zijn. Als krant hebben wij echter nogal wat aarzelingen om die jonge mensen ook daadwerkelijk een functie te geven. Wij zijn er immers niet zeker van of zij een juist beeld hebben van de journalistiek en dus wel weten of het werk voor hen geschikt is. Dat leidt tot het risico dat ze na korte tijd de krant weer vaarwel zeggen.” Verder was het niet eenvoudig om de kwaliteit van journalisten zonder opleiding te controleren. “Journalistiek is natuurlijk een intellectueel vak, maar toch ook een vak waarvoor een behoorlijke mate van ambachtelijke bekwaamheid vereist is”, aldus Lockefeer.
Die ambachtelijke bekwaamheid zou dus ook op de universiteit te leren zijn. Op deze opvatting werd kritisch gereageerd. Zo zagen de HBO-opleidingen de universitaire opleiding als ‘een vorm van oneigenlijke concurrentie’ en vreesden ze voor een tekort aan stageplaatsen.
Historicus Homme Wedman is werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen en maakte de ontwikkeling van de wetenschappelijke journalistiekopleiding van dichtbij mee. Er werden verhitte debatten gevoerd over de wetenschappelijke status van journalistiek: “Men sprak neerbuigend over de journalistiek, het zou niet op de universiteit thuishoren. Deze houding ontstond enerzijds vanuit de idee dat mensen hun eigen tijd niet kunnen bestuderen. Ooggetuigenverslagen zouden subjectief zijn en niet wetenschappelijk, voor ‘echte’ wetenschap zouden harde bronnen nodig zijn. Een ouderwets idee dat al sinds 1800 bestaat. Anderzijds zou de journalistiek niet aan de universiteit thuishoren omdat het om een beroepsopleiding gaat. Maar weet je wat nu zo leuk is? De Groningse universiteit is in 1614 ontstaan als beroepsopleiding voor gereformeerde en betrouwbare calvinistische priesters.”
De journalisten uit de jaren tachtig voldeden niet aan de beschrijvingen ‘gereformeerd’ en ‘betrouwbaar’. Wedman: “Het overheersende beeld was dat van zwaar rokende zwetsers. Wat hadden die nu met wetenschap te maken?”
De twijfel die bestond over de wetenschappelijke waarde van de journalistiek verstomde. Op de afdeling journalistiek wordt gewerkt volgens wetenschappelijke normen en bij visitaties worden positieve beoordelingen uitgedeeld.
Kees Wiese: “Max Snijders zette de opleiding als eerste hoogleraar op de kaart, Lockefeer bouwde die positie verder uit.” Onder leiding van Lockefeer groeide de opleiding uit tot een zelfstandige masteropleiding waaraan zowel dagbladjournalisten als radio- en televisietalent studeert. Wiese: “Zijn enthousiasme en gedrevenheid waren van doorslaggevende betekenis voor de opleiding. Hij wist altijd wel een potje te vinden waar geld uit te halen was.”
De Groningse journalistiekopleiding heeft inmiddels een onbetwiste plaats in de academische wereld veroverd. Wiese: “Het debat is verstomd, de strijd om erkenning gewonnen. Lockefeer heeft mijn droom waargemaakt.”
No Comments