Naast het stadion van Standard Luik staat een groot café. We zijn de enige bezoekers. De eigenaar draagt een wit hemd, en serveert cappuccino en cola. C’est chaud. Vol trots laat hij het reusachtige beeldscherm in de grote zaal van het etablissement zien. Markus Zberg rijdt voorop in het peloton, het lijkt alsof hij zo de kroeg binnenfietst. Onrustig geluid vult de lege zaal. Voor het café trekken toeterende auto’s van de reclamekaravaan voorbij. Over anderhalf uur komen hier de renners langs maar het lijkt alsof ze ieder moment kunnen passeren. Politiewagens staan met knipperend zwaailicht dwars op de straat. Geen auto komt er meer langs, de gendarmerie heeft de wegen hermetisch afgesloten. Alle ruimte voor de renners, ook als ze er nog niet zijn.
Een strenge agent houdt ons tegen, tot hier en niet verder. Lopend beginnen we aan de klim naar Saint Nicolas, beslissende côte in Luik-Bastenaken-Luik. Langs grauwe betonnen loodsen voert een smalle asfaltweg. Zwaar verbrande lucht stijgt op in je neusgaten. Topsport tussen staal en Maas. Een smal viaduct scheidt het industrieterrein van een woonwijk. De Italiaanse wijk van Luik. De Rue sous les Vignes. Kinderen spelen in de lege straten, bewoners hangen in deurposten, praten met de gendarmes en wachten. Vooral wachten.
De beklimming begint pas na het bordje Tilleur-Saint Nicolas. Aan het einde van de weg rechtsaf. Aan weerszijde huizen. Links met voordeuren direct aan de straat, rechts met smalle voortuinen. Italiaanse vlaggen aan ramen, aan gevels en dwars over de straat. Je bent in België, maar tegelijkertijd ver van Vlaanderen en Wallonië. Het is hier alsof je op een verjaardag bent: Je kent niet iedereen, de sfeer is gemoedelijk en iedereen groet je. Welkom, ook aan de vreemde gast. Niet iedereen lijkt gelukkig, lege huizen, treurige gezichten, maar een welgemeend bonjour en vriendschappelijke warmte verdrijven de sociale problemen. Voor even. De rest mag Daerden ““ socialistisch kandidaat voor de gewestelijke verkiezingen ““ oplossen.
We zweten flink. Achter ons de Maas die schittert in het felle zonlicht. Fabrieken spreiden zich uit zo ver we kunnen zien. Witte rookpluimen wiegen bedrieglijk schoon in de zwakke wind. Tweehonderd meter onder de top zoeken we een plekje. Na een half uurtje zweten in de felle zon passeren de eerste voertuigen. Auto’s en motoren vullen de hele straat en ontnemen het zicht op de renners. Aan de linker kant van de weg een glimp. We turen en zien
Michael Boogerd aan kop van het peloton.
Het is toch niet waar.
Michael Boogerd.
Opnieuw in kansloze positie.
Wil je nog een keer tweede worden?
Achter het eerste peloton klautert een renner van Euskaltel omhoog. Zijn frèle lijf krult bijna om zijn stuur. Hij zoekt de buitenbocht op, zet zich af tegen de motor naast hem en ““ als de motard de hint begrepen heeft ““ grijpt zich vast aan de bagagedrager. Dit is óók koers.
Tien minuten later passeren de laatste renners in koers. De Italiaan Salvatore Commesso voert de groep aan. De moeite van het scheren heeft hij zich bespaard: zwarte haren op kin en wangen. Dit is geen parcours voor de zwaar gebouwde Commesso. Grijnzend van oor tot oor peddelt Salvatore voort. Zou hij al van Di Luca’s overwinning weten?
De koers is voorbij. En dan begint de koers pas. De tap draait overuren terwijl de barman rood aanloopt en ziet hoe het bier de zilverkleurige tapkraan uitkruipt. Families die zo-even nog zwijgend naar elkaar staarden hebben nu verhalen om een jaar te vullen. Jonge Italiaanse vrouwen werpen een snelle blik op de aanwezige mannen, liefst die zonder vrouw en spelende kroost.
Om tien over vijf ““ de koplopers kwamen 40 minuten eerder voorbij ““ klautert rugnummer 104 omhoog. Het is de Sloveen Matej Jurco. Zijn wedstrijd is voorbij, zijn plezier net begonnen. Even voorbij de borden ‘sommet 1 kilomètre’ steekt hij de straat over. Van de buurtbewoners krijgt hij een koude fles Jupiler. Grazie. Handen losjes op het stuur, de bruine fles net boven zijn banden. Hij slingert en duwt zich naar boven. Fietsen blijft afzien.
No Comments