Cappuccino

In de Zwanestraat vraagt een jonge serveerster zich af waarom twee studenten in de koude wind op het terras blijven zitten. Tja. Wie zal het zeggen. Het duo is zo te zien wel tegen een beetje wind bestand. Zij in een donkere, pluizige trui met rits, blonde staart wapperend in de wind, hij ““ keurig jasje en dik blond haar dat hij met haastige streken uit z’n gezicht probeert te houden, tevergeefs. Ze bestellen ““ vers sap en cappuccino ““ en bespieden de passanten. Hoewel, bespieden valt het eigenlijk niet te noemen. Twee studenten die ruim bemeten in de smalle straat zitten, het zal niemand ontgaan.

Op de hoek van de Stoeldraaierstraat en de Zwanestraat staat een jong echtpaar voor de koffiewinkel. “Schat, wat een enig theeservies, vind je niet?” De heer des huizes verlegt snel zijn aandacht naar z’n jengelende dochter, die afgrijselijke theeserviezen ook altijd, wat hebben vrouwen daar toch mee? Hij mompelt iets tegen het kind ““ ‘komt wel goed schat’ ““ en draait zich ruggelings naar z’n vrouw toe. Zij tuurt nog even door het helder spiegelende glas naar binnen en draait zich dan eveneens om. Haar onderarmen wiegen licht als ze een blauwe kinderwagen over de gele klinkers duwt.

De twee studenten aan het tafeltje blikken omhoog, de wolken gaan niet opzij. Gelukkig valt er genoeg te zien. De vrouw met de kinderwagen bijvoorbeeld. Ze draagt een enorme roze broek. Nu is het niet de kleur van de broek die opvalt, maar eerder de grootte van mevrouws kont. Hij lacht besmuikt. Zij zet grote ogen op en volgt de trillende roze billen. “Lelijk hè, zo’n roze broek?” Klinkt het voorzichtig uit zijn mond. “Ja, wel met zo’n dikke cellulitis …” Precies als blijkt dat ze haar slechte humeur op een onschuldige jonge moeder botviert houdt ze in. Frustraties zijn er om door te slikken.

De wind zet aan, groene folders van een galeriefestival waaien door de straat. Uit een raam naast het terras klinken zware stemmen. Een studentendispuut laat van zich horen. De voordeur van het pand zwaait open en enkele heren stappen de straat op. Ze wankelen licht, ook al is het nog maar een uur ‘s middags. Met dikke buiken en lange haren passen ze uitstekend in het plaatje van de echte student. “Ach, studenten.” De jongen spreekt de woorden bijna meewarig uit, alsof hij vergeet er zelf nog toe te behoren. De jonge vrouw verslikt zich in haar laatste slok cappuccino. Snel veegt ze haar mond af en antwoordt met een vet aangezette kakstem: “Ach, die studenten.” Samen lachen ze kort en hard. Haar humeur klaart zichtbaar op.

One Comment

Geef een reactie

Your email is never shared.Required fields are marked *