Zomerboeken (3): A season with Verona

Hellas Verona heeft geluk gehad. Niet op sportief gebied ““ de Noord-Italiaanse club speelt inmiddels in de Italiaanse Serie C ““ maar maar wel op literair gebied. De Britse schrijver Tim Parks volgde de club in het seizoen 2000/2001 in de Serie A. In A season with Verona beschrijft Parks de club van binnenuit. Gesprekken met supporters, spelers, voorzitter Pastorello en de trainer verwerkte hij in een heuse voetbalthriller.

Verona dobbert in de degradatievijver met Udinese, Lecce, Reggina, Vicenza, Napoli en Bari als bijtgrage pirana’s. Het team is een mix van gearriveerde subtoppers en aanstormend talent. Zo zijn Mutu en Gilardino in A season with Verona nog jonge, grillige en min of meer onbekende spelers. Het seizoen van Verona is even grillig als de ontwikkeling van deze spelers en eindigt in een spectaculair gewonnen playoff serie tegen Reggina. Hellas is voor even gered.

Voorzover ‘voetbalsupportersboeken’ een genre vormen sluit Parks zich aan bij collega’s Nick Hornby en Bill Buford. Buford schrijft in Among the Thugs over zijn ervaringen met Engelse Hooligans. In Fever Pitch slaat Nick Hornby een andere weg in: hij vertelt over zijn leven en lijden als Arsenal supporter. Buford schrijft afstandelijk – wat de walging ten opzichte van de niets ontziende hooligans vergroot ““ terwijl Hornby verschijnt als een fan die juicht en huilt met zijn favorieten.

Nick Hornby beschrijft de onvoorspelbaarheid van zijn favoriete club Arsenal als volgt: “Always, when you have anticipated the worst that can happen, they (de spelers, MK) come up with something new.” Parks verbaast zich evenzeer over de grilligheid van ‘zijn’ club. Het verschil: Hornby concludeerde dit na afloop van twee verloren bekerfinales, Parks in een seizoen waarin Hellas ternauwernood degradatie ontloopt.

Parks neemt een positie in waarin soms de verbazing en walging van een buitenstaander en soms de liefde en het verdriet van een fan centraal staan. De beledigende en regelrecht racistische spreekkoren van de Brigate Gialloblù (Verona’s supporters, MK) vragen om distantie. Zoals op het moment dat fans van Udinese voor Terramotati ““ slachtoffers van een aardbeving – worden uitgemaakt.

Deze weinig subtiele verwijzing naar een aardbeving die de regio Friuli-Venezia Giulia in 1976 trof, grijpt Parks aan voor een rake typering: “… in stark defiance of the standard contemporary rhetoric of compassion, we are going to insult these people by reminding them that they have been profoundly unlucky, that they have suffered. .. If the final truth about the world is that it is a struggle for survival, maximum derision is reserved for the loser.”

De supporters zijn gruwelijk, zoals in de gedetailleerd beschreven oerwoudgeluiden die de supporters produceren en die Italië schokken, maar ook bevlogen, betrokken en soms zelfs vriendelijk. Parks heeft oog voor details – taalgebruik, kleding, omgangsvormen – en toont zich een betrokken observeerder die laat zien dat voetbal ondanks de excessen een mooi spel is.

De schrijver raakt verslaafd – hoewel hij tegenwoordig de club nauwelijks meer volgt – en besluit het boek met “The season starts again in just two months. So many players to buy and sell. … A new trainer to find. … Just two months to dysintoxicate myself. Two months and it all starts over again, this sick sick football business. But what a weekend it’s been! What a year! Bari to Reggio. So sick and so exciting. Squealing to a stop , i flin open the door of my filthy Citroën Visa and step out at last under the cool stars.”
A season with Verona in een korte samenvatting: soms sick maar so exciting.

No Comments

Geef een reactie

Your email is never shared.Required fields are marked *