Generaal Petraeus licht congres in, maar wie gelooft hem?
Generaal Petraeus is er helemaal klaar voor. Haar onopvallend en keurig gekamd, groene blazer gesteven en glimmend behangen. De generaal tuurt de zaal in. Achterin, naast de ingang, worden schreeuwende demonstranten één voor één afgevoerd.
Dan is het geluidssysteem getest en zijn zelfs de analisten van CNN stil. Petraeus leest voor met uitgestreken gelaat. Soms kijkt hij even op, maar hij lijkt niets te zien. Onverstoorbaar praat hij dwars door de ordeverstoringen heen.
Er is vooruitgang geboekt in Irak. Een onzichtbare man beweegt een ouderwetse aanwijsstok over een grafiek met dalende lijnen. Keihard bewijs van de generaal. Alles komt goed. Maar niet overal even goed. Het succes is ‘ongelijk’ verdeeld over het land en er zijn nog steeds grote problemen die veel aandacht verdienen. De Generaal klinkt beheerst en open, maar van wie komen die cijfers? Hoe onafhankelijk zijn die bronnen? Vragen die geen antwoord behoeven. De Amerikanen lichten in, laten wij dat niet te licht geloven.
De generaal staat er niet bij stil. Hij heeft andere zorgen. Zo zal het moeilijk zijn om de doelen te halen. Dat zal snel noch gemakkelijk gaan. Toch gaat het lukken, als ‘onze jongens’ maar niet te snel terugkeren. De eerste duizenden zijn volgende zomer weer thuis. Dan is ‘the surge’ voorbij. Over de periode na juli 2008 doet hij nog geen uitspraken: dat is prematuur. Tot die tijd: voorwaarts mars, de glorie tegemoet. Dat is zo ongeveer de boodschap van de generaal.
Petreaus benadrukt dat regeringsfunctionarissen zijn rede pas lazen nadat die af was. Zou het echt? Zijn laatste woorden een welgemeende gevoelsuiting of toch een politieke leus? “All Americans should be very proud of their sons and daughters serving in Iraq.” Achter in de zaal springt een vrouw in roze gewaad op. Ze is onverstaanbaar, maar heeft haar punt gemaakt. De voorzitter grijpt in: alle ordeverstoorders worden vervolgd. Nu die ordeverstoorders in Irak nog.