In de straten van Florence

Op het Piazza San Giovanni in Florence staren rondbuikige obers in zwarte hemden en rode schorten verveeld voor zich uit. Een ober met lichtbruine snor komt in beweging en geeft vier studenten de geplastificeerde menukaart. Pizza’s en andere specialiteiten. De vreugdeloze plakken mozzarella die tien minuten later worden opgediend, passen goed bij het afgebladderde interieur van dit restaurant.

De jonge toeristen zijn stil. Het was een lange en warme dag en ze lijken even alleen met hun gedachten. De bolle obers bekommeren zich niet langer om de jongste klanten, zij hangen weer tegen de toog. Een verdwaalde duif fladdert rond en acht tassenverkopers sprinten in grote haast over het plein, bang dat hun waar door de carabinieri wordt opgepikt.

De rust op het grote plein is snel verdwenen als een grote groep voetbalsupporters voorbijtrekt. Voorop twee jonge mannen. De een draagt een wit poloshirt waarvan alle knopen dichtgemaakt zijn. De ander - een halve meter korter met een fikse bos donker kroeshaar - draagt een geblokt overhemd dat eveneens zorgvuldig is dichtgeknoopt. Beiden kijken strak voor zich uit en lopen met wijde passen richting het Piazza della Signoria. Achter de beide mannen volgen twintig collega’s. Hun armen zwaaien hevig en ze moeten bijna rennen om de voorste twee bij te houden. De groep beweegt over het plein met de zelfverzekerdheid van een taxichauffeur die door New York navigeert. Toch zijn ze duidelijk niet ‘ van hier’. Achterin de groep klinkt luid geknauw, en in de verte een schor gezang: ‘Whe are the pride of the North’.

De groep steekt het plein binnen een halve minuut over, nog geen minuut later gevolgd door tientallen politiewagens van de Carabinieri die met loeiende sirene uit de Borgo San Lorenzo scheuren. De groep is uit beeld, de angenten kijken verdwaasd: waar moeten ze nu naartoe? Het antwoord is niet ingewikkeld, noch lastig op te sporen. De jonge hooligans maken zich eigenlijk maar om een ding zorgen en dat is opvallen.

Een kwartier later heeft de Italiaanse politie wel beet. Op een donker plein tussen hoge herenhuizen flitsen zwaailampen aan en uit. Tientallen blauwgehelmde politiemannen maken zich breed in de lange schaduwen van de huizen. Het is stil tot een groep mannen - dezelfde dichtgeknoopte overhemden, maar andere, holle blikken in hun ogen - het plein schuin over steekt. Ze zijn het kat en muis spel met de Italiaanse politie zat. ‘Het zijn gewoon kanker-katholieken’, schreeuwt een man met kort door veel gel samengeperst haar.

De anderen in zijn groep trekken zich niets van zijn geschreeuw aan, zij willen liever naar het hotel. Vijftig voetbalsupporters aan de donkerste kant van het plein denken daar heel anders over of hebben nu niet de mogelijkheid om anders te willen: de agenten controleren hun paspoorten en laten ze niet door. De politie wil rust in de stad, zo heet het.

Een jonge man in een groot ‘Z-Side’ shirt maakt zich los uit het politiecordon. Ook voor hem heeft dit lang genoeg geduurd. Drie supporters worden opgepakt. Een kale man met ontbloot bovenlijf verdwijnt in een politiewagen , zijn t-shirt vliegt hem achterna en landt op zijn schouder, net genoeg om meegenomen te worden in de Florentijnse nacht.

One Response to “In de straten van Florence”

  1. SK Says:

    goeie tekst

Leave a Reply