De Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn “fascinerend” een waar “theater” en “spektakel”. Frans Verhagen heeft aan enkele zinnen genoeg om de verschijning van De beste wint nooit. Het ABC van de Amerikaanse verkiezingen te rechtvaardigen.
In het eerste hoofdstuk De beste wint nooit, maar het systeem is zo gek nog niet wordt in vogelvlucht een overzicht gegeven van de fases en de gevaren in de campagne race. De voorverkiezingen bljiken een gevaarlijk traject waarin menig kandidaat sneuvelde. Iowa en New Hampshire vormen het vertrekpunt. Stations op het campagne pad die van buiten kalm lijken maar aan de binnenkant een gevaarlijke politieke achtbaan kunnen zijn.
Verhagen verbindt leuke details aan moderne politieke ontwikkelingen. Waarom kwam generaal Wesley Clark in 2003 niet over de drempel vóór de voorverkiezingen? Wat is het gevaar van plakkende modder (“mud sticks”)? Na de antwoorden op deze vragen en voorzien van de nodige achtergrond informatie is de lezer klaar voor het ABC van de Amerikaanse presidentsverkiezingen.
Van de abortus kwestie tot het “zipper probleem”: Verhagen bespreekt tientallen begrippen. Sommigen gedetailleerd (zoals “het kiescollege” en de positie van de “running mate”). Sommigen ernstig (zoals “opposition research”, “dirty tricks”), sommigen luguber geestig (“cemetery vote”) of op het eerste gezicht verrassend mysterieus zoals “smell of magnolias” en het “sister souljah moment”.
De beste wint nooit is handzaam en overzichtelijk. En dat is tegelijkertijd ook een van de zwakke punten. Verhagen verbindt de losse woorden uit zijn alfabet zo nu en dan, maar het boek zou aan kracht winnen met een paar hoofdstukken waarin essentiële begrippen worden verbonden in een historische context. Ook zouden de ultrakorte beschrijvingen van de “klas van 2008″ wel meer plek verdienen: alle kandidaten worden nu in 12 pagina’s samengevat en daarin laat de auteur zien de vluchtigheid van de campagne wel heel letterlijk te kopiëren.
No Comments