Barack Obama krijgt steun van voormalig Presidentskandidaat Chris Dodd

Barack Obama heeft er weer een supporter bij. Senator Chris Dodd – Democraat, Connecticut – schaarde zich dinsdagmorgen op een campagnebijeenkomst in Ohio achter Obama. De voormalig Presidentskandidaat kwam begin januari niet verder dan een zesde plaats in Iowa.

In een email riep Dodd zijn supporters op om zich achter Obama te scharen. “Meer dan ooit hebben we een President nodig die ons kan inspireren om aan het politieke proces deel te nemen en die de koers van ons land kan veranderen. Barack Obama is klaar voor het Presidentschap.”

De steunbetuiging is een nieuwe tegenslag voor Hillary Clinton. De afgelopen weken spande ook zei zich in om Dodd aan haar zijde te krijgen. Dodd staat op goede voet met de Clintons. Ten tijde van Bill Clintons tweede verkiezingsoverwinning in 1996 was Dodd de voorzitter van de Democratische partij. Op televisiezender MSNBC vertelde Dodd over zijn beslissing: “Ik heb Hillary gebeld en dat was geen gemakkelijk gesprek. Maar ik vind dat je ook op dit soort momenten moet bellen.”

Dodd is de eerste voormalige Democratische Presidentskandidaat die een steunbetuiging uitspreekt. Met name op Gouverneur Bill Richardson – New Mexico – wordt hevig jacht gemaakt door zowel Obama als Clinton. Richardson’s Mexicaanse roots zouden van groot belang kunnen zijn in de cruciale Texaanse voorverkiezingen op vier maart. De gouverneur zou met name Latino kiezers over de streep moeten trekken.

The New York Times: Zelfvertrouwen met betrekking tot ethiek niet alleen een risico voor John McCain.

Gisteravond online, vanochtend op de voorpagina van The New York Times: “For McCain, Self-Confidence On Ethics Poses Its Own Risk.” In 2000 – tijdens McCains eerste race voor het Witte Huis – maakten campagnemedewerkers zich ernstig zorgen over een vermeende romance tussen Senator John McCain (71) en lobbyiste Vicki Iseman (40).

De grote onthulling – een daadwerkelijke sex affaire – blijft uit en het verhaal steunt op passages als “Convinced the relationship had become romantic, some of his top advisers intervened to protect the candidate….” en “…waves of anxiety swept through his small circle of advisers.” Gevoelens van adviseurs als belangrijkste onderbouwing voor een explosief verhaal.

Uiteindelijk is het artikel geen zelfstandig verhaal over McCains vermeende escapades geworden, maar een artikel in een serie over de Presidentskandidaten. McCains affaire (???) bleek niet genoeg voor een zelfstandig artikel.

Is het dan nog steeds een goed artikel? Ja, dat zou kunnen. McCain’s worsteling met ethiek in de politiek wordt haarfijn uitgelicht. Dat licht verbleekt en wordt uiteindelijk overschaduwd door de donkere implicaties van de paragrafen over zijn vermeende (!!!) romance.

Zou de gerenomeerde krant de fout in zijn gegaan?

Harde feiten over de vermeende affaire blijven uit. Het belangrijkste feit is een medewerker die erkent dat er een gesprek met Iseman is geweest waarin haar werd gevraagd afstand tot McCain te nemen. Oftewel: de bevestiging van de angstgevoelens in een gesprek. Niets meer dan dat.

Of er meer is, daar valt alleen maar naar te gissen, en dat laat ik maar aan MSNBC, Rush Limbaugh en andere talkingheads over.

Blogs

Gabriel Sherman van de website The New Republic beschrijft gedetailleerd de voorgeschiedenis van het artikel in de Times.

Jay Rosen schrijft op de Huffington Post dat “For the New York Times, self-confidence on ethics poses its own risks, as well.”

Volgens Rosen is de zaak met dit artikel nog niet voorbij. Het artikel ontketent de strijd tussen de “liberale” Times en iedereen die de krant haat. Volgens Rosen geen eenvoudige opgave voor de krant uit New York.

“From the looks of it, the paper is going to have to fight for its story–and its ethics–in the court of public opinion, but this is not something the Times is ever comfortable doing. It vastly prefers “the story speaks for itself.” (Which Bill Keller just said in a statement.) I don’t think that will be good enough in this case because the story speaks so thinly for itself….”

Roger Clemens vecht voor imago. Brian McNamee blijft bij beschuldigingen tijdens getuigenis in Huis van Afgevaardigden.

Roger Clemens. Werper in de Major Leagues en in het bezit van indrukwekkende cijfers: 354 overwinningen (in 709 wedstrijden), behaald in 24 seizoenen met een era van 3.12 (aantal punten tegen per negen innings). Kampioen met de Yankees, held in Boston. Levende legende.

De Hall of Fame wachtte voor “The Rocket”. Totdat Brian McNamee – Clemens’ trainer – uit de doeken deed hoe hij Clemens met groeihormonen injecteerde. McNamee’s getuigenis werd opgenomen in het rapport van voormalig Senator Mitchell over anabolen in het honkbal. Clemens viel van zijn sokkel, maar ontkende dopinggebruik. Woensdag getuigden beiden – onder ede – voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden.

De hoorzitting voor het House Committee on Oversight and Government Reform ontaarde in een bikkelhard duel. McNamee herhaalde zijn beschuldigingen en Clemens ontkende opnieuw. De voormalige vrienden werden slechts gescheiden door advocaat Charles Scheeler (eveneens getuige vanwege zijn rol in het Mitchell rapport) en gunden elkaar geen blik waardig.

De aanwezige congresleden stookten het vuur verder op. De Republikeinen namen McNamee’s geloofwaardigheid ondervuur (de trainer loog en zou een drugsdealer zijn) en de Democraten deden er alles aan om Clemens als leugenaar te ontmaskeren. De splitsing langs politieke lijnen werd aan het einde van de zitting pijnlijk onderstreept: commissievoorzitter Waxman verontschuldigde zich tegenover McNamee voor de zware aanvallen van Republikeinse zijde.

Clemens kwam in moeilijkheden toen tijdens de hoorzitting bleek dat zijn vriend en collega werper Andy Pettitte een schriftelijke verklaring had afgelegd. Pettitte herinnerde een gesprek waarin Clemens het gebruik van groeihormonen had toegegeven. Volgens Clemens had zijn vriend het gesprek ‘verkeerd onthouden’. Dat verweer stuitte op groot verzet bij zijn ondervragers die de werper herhaaldelijk op de gevolgen van mijneed wezen.

Who is telling the truth?

De hoorzitting had een groot showelement. Clemens en McNamee vochten een vete uit die weliswaar betrekking had op het dopinggebruik onder honkballers in de jaren negentig, maar die met name uitdraaide op een persoonlijke oorlog tussen twee gewezen vrienden. McNamee was fout, en Clemens goed. Of omgekeerd. Maar de waarheid kwam niet boven tafel en het dopingprobleem in het honkbal werd niet breder belicht dan de smalle strook tafelblad die Clemens en McNamee scheidde.

Goede televisie leverde het wel op. Dat was onder andere te danken aan afgevaardigde Issa. De Republikein uit Californië benadrukte McNamee’s leugenachtigheid. Aan het einde van zijn vragen had hij een korte boodschap voor de trainer: shame on you.

Daar konden de televisiekijkers het mee doen.

Clemens was boos, want McNamee loog.

McNamee vond het zijn plicht om de waarheid te spreken (maar had op sommige punten gelogen).

De congresleden spanden hun boog.

De waarheid kwam niet boven tafel.

En het dopingprobleem in de Major League bestaat nog steeds.

Super Tuesday: CNN belooft veel, maar geeft te weinig

CNN heeft het zelverklaarde “beste politieke team van de televisie”. De hele dag nieuwsflitsen uit alle hoeken van het land. De ene correspondent is nog enthousiaster dan de andere. In een restaurant met een koksmuts op, of op een Californisch strand met surfers die vooral illegalen harder aan willen pakken (en zelf rustig verder surfen).

Het ziet er gelikt uit, of liever: het klinkt gelikt. Flitsende intro’s en enthousiast babbelende commentatoren. De beste analisten, de beste deskundigen: wie kan er nog om CNN heen?

Eigenlijk iedereen.

Obama komt in beeld. Hij schudt handen.

Dezelfde handen vele malen. Vele malen in hetzelfde uur.

CNN herhaalt, en herhaalt, en herhaalt.

Zonder uitslagen is het kennelijk lastig om verrassende televisie te maken.

Dus komt de door Hillary gesigneerde teddybeer nóg een keer voorbij.

En nog een keer.

Tot het lijkt dat Hillary de teddybeer werkelijk schattig vindt.

Als de resultaten binnendruppelen begint de tocht naar het beloofde land: nu mogen de analisten en deskundigen eindelijk echt aan de slag. Bewegende landkaarten, opgedeeld naar kiesdistrict, maken snel duidelijk waar en hoe er gestemd werd.

Hoe mooi de grafieken ook zijn, en hoe groot het politieke team – “het beste op tv” – ook is: het lijkt mooi, maar wordt het nooit.

De voorspellingen vliegen door de lucht.

We kijken niet naar een verslag van de verkiezingen, maar naar een verslag van de uitkomst van CNN’s voorspellingen en ideeën. Als Huckabee meerdere staten wint, dan doet hij het pretty well. De voor de hand liggende vraag dringt zich op: wat moet een kandidaat doen om het volgens Wolf Blitzer goed te doen? Als een kandidaat eenmaal de status van ‘tweederangs’ krijgt toegemeten is er voor de Blitzers van deze wereld geen weg meer terug: je kunt wel wat winnen, maar ach, dat is maar tijdelijk, je hebt het pretty well gedaan, en nu op naar de slachtbank. Kunnen we weer verder met de echte analyse.

Huckabee krijgt natuurlijk nog wel een interviewtje – want dat hoort erbij – maar dat gaat niet over Huckabee, maar over de ideeën van de interviewster. Meneer Huckabee, we weten allemaal dat u geen President gaat worden. Geen zin van een dronken driejarige die even scherp uit de hoek komt, maar van een serieuze journalist, lid van “het beste politieke team van de tv”.

Huckabee kijkt met zijn vriendelijke ogen in de camera en geeft nog antwoord ook.

Kan het gedurfder: de kiezers vast vertellen wie ze moeten kiezen. “Het maakt niet uit of u graag op de kandidaat van uw keuze stemt, wij kiezen liever iemand waarvan wij denken dat hij kan winnen.”

En ja, dat kan best anders zijn dan wat de kiezers willen, maar die zijn niet slimmer dan “het beste politieke team van de televisie”.
Rond elf uur ‘s avonds houdt Barack Obama een toespraak in zijn thuisstad Chicago. In een enkele zin vat hij samen wat ze bij CNN waarschijnlijk al lang wisten:

“we do not need the final results, to know … our time has come.”

Boeken (11) Jeff Pearlman: “Love me, Hate me. Barry Bonds and the making of an antihero.”

Barry Bonds is fysiek hoog en sociaal zwak begaafd. Zo wordt de homerunkoning door veel honkballiefhebbers gezien. Hij is egoïstisch, onsportief en een plaag voor zijn teamgenoten. Jeff Pearlman nam de uitdaging aan, sprak met 524 (!) mensen die met Bonds te maken kregen en schreef een biografie. Weliswaar werkte Bonds zelf niet mee aan “Love me hate me”, maar het resultaat is er niet minder betrouwbaar om. De totaal willekeurige en soms zelfs racistische uitspraken en opvattingen van Bonds maken het waarschijnlijk dat het zonder zijn woorden zelfs betrouwbaarder is.

Dat Barry Bonds anabolen gebruikte om in de herfst van zijn carrière uit te groeien tot de onbetwiste homerunkoning allertijden staat voor velen vast. Pearlman gebruikt – reeds bekend – indirect bewijs om aan te tonen dat Bonds doping gebruikte. De schrijver twijfelt er niet aan en zegt zelfs enkele keren letterlijk dat Bonds doping gebruikte. Hoewel veel in die richting wijst, zou Pearlman er beter aan hebben gedaan om alleen de feiten te noteren: die zijn sterk genoeg om zijn mening te vervangen.

Toch blijven de indirecte bewijzen interessant, en , meer van toepassing op de schrijvers kwaliteiten: zeer goed beschreven. Zo zijn een paar kraakheldere regels genoeg om te laten zien dat Acromegaly – het groeien van een volwassen schedel – geen onbegrijpelijke term is, maar een onwaarschijnlijke gebeurtenis voor een gezonde atleet. Bonds is misschien een anomaly – als zeer begaafd atleet – maar acromegaly maakt geen onderdeel uit van zijn spot met de natuur.

Pearlman brengt Bonds’ leven tot in detail in beeld. Hoe zijn kinderen opgroeiden, waar hij zijn eerste wedstrijden speelde (en hoe hij toen al mensen beledigde zo gauw het hem schikte), hoe hij met zijn teamgenoten omging en wat er zo merkwaardig is aan zijn relatie met vrouwen.

Bonds is een eenling die alleen persoonlijke aandacht van zijn betaalde loopjongens krijgt. Eenzaam en gehaat door teamgenoten, zo wil Pearlman de lezer duidelijk maken.

Voor de buitenwacht lijkt dit soms anders. Zoals op 5 oktober 2001. Amerika is in chock na 9/11 en Bonds staat op het punt met zijn 71e homerun het seizoensrecord van McGwire te verbreken. Los Angeles Dodger Chan Ho Park (“Where there a Nobel Prize for Big Moment Ineptitude, Park would have been a multi-time victor.”) werkt mee aan het feest en staat Bonds 71e en 72e homerun toe.

De Giants verliezen de wedstrijd en kunnen de playoffs vergeten.

Na afloop van de wedstrijd worden de teleurgestelde spelers het veld opgestuurd om Bonds te huldigen. “A handful -Dunston, Davis, Aurilia – appeared happy to be there. Others would have preferred extensive nasal hair extractions.”

De legendarische outfielder Willie Mays – door Bonds zijn “godfather” genoemd – spreekt de nieuwe recordhouder toe. Het lijkt feestelijk, maar Pearlman glipt achter de schermen, in de orkestbak, waar het echte geluid te horen is.

Mays slaat de plan volledig mis.

” “I think that if Barry looks around and sees all the guys behind him, that should tell him they all appreciate what he’s done,” Mays said. It was awkward and uncomfortable. The players, many of whom liked Mays no more than Bonds, stood and shrugged. Did they have to stay here all night? Wasn’t a Seinfeld rerun on? ”

“Love me, Hate me” is geen boek dat de jacht op Bonds inzet. Het geeft een eerlijk en evenwichtig beeld van een grillig mens. Pearlman laat in de volgende passage zien waarom Bonds’ eigenaardige karakter belangrijk is. Niet omdat de pers dat zo vervelend vindt – al speelt het mee -, niet omdat Bonds zijn collega’s aan de lopende band beledigt, maar met name omdat zijn gedrag het spel van zijn collega’s beïnvloedt en de teamspirit ondermijnt.

” When his teammates from years past reflect upon their time with Bonds, they often note his inability to raise the level of play in those around him. Statistics alone do not assure a legacy. Michael Jordan scored and scored, but what made his team win was his talent to make mediocre players like Dickey Simpkins, Scott Williams, and Bill Wennington shine. “When you’re selfish, guarded, angry, and only interested in your own performance,” says former outfielder Armando Rios, “it doesn’t help the team too much.” “

New York Giants verslaan New England Patriots in Super Bowl: 17-14

Washington DC – De New York Giants zijn de verrassende winnaars van de 42e Super Bowl. New England Patriots had alle 18 wedstrijden tot nu toe gewonnen, maar moest in de belangrijkste wedstrijd van het jaar buigen. De Giants worstelden zich met een wild card door de playoffs en zijn pas het tweede wild card houder die de Super Bowl wint.

Sterk defensief spel legde de basis voor New Yorks overwinning. In de eerste drie kwarten scoorden beiden teams samen slechts tien punten. New York kwam op stoom in het vierde kwart, waarin de ploeg 14 punten scoorden.

Plaxico Burress tekende met een minuut op de klok voor de belangrijkste vangbal van de wedstrijd. Een lange pass van New Yorks quarterback Eli Manning werd door de receiver gevangen. Het was pas zijn tweede vangbal van de avond. Enkele momenten later bracht kicker Lawrence Tynes met zijn conversie de eindstand op het bord.

Het meest opmerkelijke moment van de wedstrijd vond net voor Burress touchdown plaats. Eli Manning wachtte lang met zijn worp, waarna hij door meerdere Patriots  werd vastgepakt. De ranke spelverdeler wankelde, maar herstelde zich op onwaarschijnlijke wijze en wist de bal alsnog aan een ploeggenoot te bezorgen.  In de laatste seconden van de wedstrijd kwam de overwinning nog even in gevaar toen Patriots quarterback Tom Brady de bal bijna in handen van receiver Randy Moss wist te gooien.