Boeken (11) Jeff Pearlman: “Love me, Hate me. Barry Bonds and the making of an antihero.”

Barry Bonds is fysiek hoog en sociaal zwak begaafd. Zo wordt de homerunkoning door veel honkballiefhebbers gezien. Hij is egoïstisch, onsportief en een plaag voor zijn teamgenoten. Jeff Pearlman nam de uitdaging aan, sprak met 524 (!) mensen die met Bonds te maken kregen en schreef een biografie. Weliswaar werkte Bonds zelf niet mee aan “Love me hate me”, maar het resultaat is er niet minder betrouwbaar om. De totaal willekeurige en soms zelfs racistische uitspraken en opvattingen van Bonds maken het waarschijnlijk dat het zonder zijn woorden zelfs betrouwbaarder is.

Dat Barry Bonds anabolen gebruikte om in de herfst van zijn carrière uit te groeien tot de onbetwiste homerunkoning allertijden staat voor velen vast. Pearlman gebruikt – reeds bekend – indirect bewijs om aan te tonen dat Bonds doping gebruikte. De schrijver twijfelt er niet aan en zegt zelfs enkele keren letterlijk dat Bonds doping gebruikte. Hoewel veel in die richting wijst, zou Pearlman er beter aan hebben gedaan om alleen de feiten te noteren: die zijn sterk genoeg om zijn mening te vervangen.

Toch blijven de indirecte bewijzen interessant, en , meer van toepassing op de schrijvers kwaliteiten: zeer goed beschreven. Zo zijn een paar kraakheldere regels genoeg om te laten zien dat Acromegaly – het groeien van een volwassen schedel – geen onbegrijpelijke term is, maar een onwaarschijnlijke gebeurtenis voor een gezonde atleet. Bonds is misschien een anomaly – als zeer begaafd atleet – maar acromegaly maakt geen onderdeel uit van zijn spot met de natuur.

Pearlman brengt Bonds’ leven tot in detail in beeld. Hoe zijn kinderen opgroeiden, waar hij zijn eerste wedstrijden speelde (en hoe hij toen al mensen beledigde zo gauw het hem schikte), hoe hij met zijn teamgenoten omging en wat er zo merkwaardig is aan zijn relatie met vrouwen.

Bonds is een eenling die alleen persoonlijke aandacht van zijn betaalde loopjongens krijgt. Eenzaam en gehaat door teamgenoten, zo wil Pearlman de lezer duidelijk maken.

Voor de buitenwacht lijkt dit soms anders. Zoals op 5 oktober 2001. Amerika is in chock na 9/11 en Bonds staat op het punt met zijn 71e homerun het seizoensrecord van McGwire te verbreken. Los Angeles Dodger Chan Ho Park (“Where there a Nobel Prize for Big Moment Ineptitude, Park would have been a multi-time victor.”) werkt mee aan het feest en staat Bonds 71e en 72e homerun toe.

De Giants verliezen de wedstrijd en kunnen de playoffs vergeten.

Na afloop van de wedstrijd worden de teleurgestelde spelers het veld opgestuurd om Bonds te huldigen. “A handful -Dunston, Davis, Aurilia – appeared happy to be there. Others would have preferred extensive nasal hair extractions.”

De legendarische outfielder Willie Mays – door Bonds zijn “godfather” genoemd – spreekt de nieuwe recordhouder toe. Het lijkt feestelijk, maar Pearlman glipt achter de schermen, in de orkestbak, waar het echte geluid te horen is.

Mays slaat de plan volledig mis.

” “I think that if Barry looks around and sees all the guys behind him, that should tell him they all appreciate what he’s done,” Mays said. It was awkward and uncomfortable. The players, many of whom liked Mays no more than Bonds, stood and shrugged. Did they have to stay here all night? Wasn’t a Seinfeld rerun on? ”

“Love me, Hate me” is geen boek dat de jacht op Bonds inzet. Het geeft een eerlijk en evenwichtig beeld van een grillig mens. Pearlman laat in de volgende passage zien waarom Bonds’ eigenaardige karakter belangrijk is. Niet omdat de pers dat zo vervelend vindt – al speelt het mee -, niet omdat Bonds zijn collega’s aan de lopende band beledigt, maar met name omdat zijn gedrag het spel van zijn collega’s beïnvloedt en de teamspirit ondermijnt.

” When his teammates from years past reflect upon their time with Bonds, they often note his inability to raise the level of play in those around him. Statistics alone do not assure a legacy. Michael Jordan scored and scored, but what made his team win was his talent to make mediocre players like Dickey Simpkins, Scott Williams, and Bill Wennington shine. “When you’re selfish, guarded, angry, and only interested in your own performance,” says former outfielder Armando Rios, “it doesn’t help the team too much.” “

No Comments

Geef een reactie

Your email is never shared.Required fields are marked *