New York Mets

Je bent er zo. In Queens, een buitenwijk van New York, onder de rook van vliegveld LaGuardia en tegenover de tennisbanen van Flushing Meadows. Vijfentwintig minuten vanuit downtown New York en je bent bij Shea Stadium, thuishaven van de New York Mets.

Vanaf de metrotrappen kijk je zo het stadion in. Het verreveld slechts afgeschermd door een hek en een stel lage tribunes. Homeruns verlaten hier niet alleen het veld, maar meteen ook het stadion. Een grote rode appel stijgt op als er eentje geslagen wordt. The Big Apple.

Het is vijf voor zeven. Over vijftien minuten begint de wedstrijd tegen de Reds uit Cincinatti, maar niemand houdt zich daar mee bezig. Zo’n honderd fans verlaten de metro. Voor de zekerheid, om te kijken of er geen klein wonder gebeurt en uit gewoonte. Misschien is het wel beter zo. Cincinatti sucks. De blessuregevoelige sterspeler Ken Griffey Jr. is het enige lichtpuntje in een al jaren flets team. Nog een drie keer de bal het stadion uitslaan en Griffey bereikt de mijlpaal van 600 homeruns. Daar komen de mensen voor naar het stadion. Morgen dan misschien.

“Er wordt gewoon gespeeld”, zegt de zachtsprekende vrouw bij het afhaalloket. Ze schuift langwerpige toeganskaartjes met een sloom gebaar onder het raampje door. Het glas beslaat als de woorden uit haar roodomrande mond waaien.

De veiligheidsbeambte zwaait met een metaaldetector langs armen en benen. Next. Metalen spijlen van de veel te lage draaihekjes draaien onhandig tegen je kruis terwijl een vlotte zestiger de kaartjes scant.

Het immense stadion - meer dan 50.000 zitplaatsen - is bijna leeg. Zo’n tweehonderd getrouwen gehuld in regencapes en gewapend met paraplu’s staren hoopvol naar het witte dekzeil dat over het binnenveld is getrokken.

Op naar meer, op naar binnen, op naar een bord eten. Geen hotdog, of een slap bakkie friet. Eten in de Diamond Club. Met een veel te duur kaartje mag je de blauwe lijnen volgen op naar dit restaurant. Met de lift. “U zit in de tweede lift”. “Geen probleem.” Lachend kijkt de bejaarde liftbediende op. “Dan ken je onze liften nog niet.” Lopend ben je zo boven. Voor het restaurant een rechthoekige vitrine met borstbeelden van clublegendes. Niemand besteedt er aandacht aan. De rij - ouders met verzopen kinderen, iedereen in vrijetijdskleding en op de onvermijdelijke witte sportschoenen - zo’n twintig mensen lang. Geen diamonds in deze “club”.

De perfecte plek om te wachten op een wedstrijd die niet wordt gespeeld. Menukaart met kippetjes en burgertjes. Blonde serveersters die heen en weer rennen, Amerikaanse toeristen die enthousiast vertellen uit wat voor geweldige stad ze niet komen. Vegas. It’s awesome. Where are you from?

De tap staat wijd open en af en toe zapt de barman naar het televisiekanaal dat de wedstrijd uitzent. Met grote passen beent een bonkige umpire rond de plassen. Rond acht is het zover: wedstrijd afgelast.

De bar stroomt langzaam leeg. Op naar de metro, eindelijk naar huis.

Bij de loketten worden de kaartjes omgewisseld. Een enkele paraplu raakt vermoeid en waait door de lucht. Sterspeler David Wright glipt tussen de fans door, op weg naar een zwarte Lincoln met geblindeerde ramen. De kin omlaag, de schouders lichtgebogen, handtekeningenjagers vliegen op hem af, maar krijgen geen respons. De lucht gevuld met stevig gescheld als het geblindeerde raampje niet opengaat.

De auto trekt op en klotst door diepe plassen.

Gelaten druipen de fans af.

Morgen weer een dag.

One Response to “New York Mets”

  1. bas van den bedem Says:

    hallo maarten,

    Leuk stuk heb je weer geschreven, maar ik wilde je nog even feliciteren met je verjaardag. Een paar dagen te laat, maarja. Nog veel plezier en succes in de States.

    groeten,

    Bas

Leave a Reply