Archive for February, 2009

Vervolging Geert Wilders geen zaak van de rechter

Tuesday, February 3rd, 2009

In Dagblad van het Noorden, zaterdag 31 januari 2009

Het debat rond Geert Wilders wordt oververhit gevoerd. Daarbij verliezen we het zicht op wat er nu eigenlijk gebeurt: een politicus gebruikt stevige taal als middel om politieke doelen na te streven. We kunnen leren van de behandeling die Hans Janmaat ten deel viel.

Geert Wilders en Hans Janmaat vertonen – naast talrijke verschillen – politieke overeenkomsten. Beiden waarschuwen voor de gevaren van de islamitisering en het (over)vol raken van Nederland en beiden pleiten voor afschaffing van artikel 1 van de grondwet. Janmaat noemde islamieten “levensgevaarlijk.” Met oneliners als “vol is vol” en “Nederland voor de Nederlanders” was het pleit beslecht: Janmaat was een rechts-extremist en daar deden politici geen zaken mee. In 1997 werd hij veroordeeld voor de uitspraak “Wij schaffen, zodra we de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af.” Zijn vervolging en veroordeling verkleinden zijn politieke armslag.

Geert Wilders dreigt nu net als Janmaat als rechts-extremist door het leven te gaan. De onderzoekers van de Monitor Racisme & Extremisme concludeerden in december 2008 dat Wilders extreem-rechts kan worden genoemd en mag worden vervolgd. De hysterie rond de vervolging en de stigmatiserende werking die de term rechts-extreem heeft, vertroebelen de kijk op wat Geert Wilders nu eigenlijk is: een fel debatterend politicus die zijn werk doet.

Bij Hans Janmaat werd dat element genegeerd. Dat zijn harde uitspraken een middel in een politieke strijd waren, was onbestaanbaar: het betrof immers een extreem-rechtse leider met zijn foute kale vriendjes.

Die overtuiging was niet ongegrond. Janmaats partijen (van 1980 - 1984 de Centrumpartij en vanaf november 1984 de Centrumdemocraten) trokken “foute” figuren aan. Zo werd de minderhedennota van de Centrumpartij mede geschreven door Wim Bruijn, die in zijn boek Het recht op apartheid waarschuwde voor “de neergang van volken door het ongelimiteerd en ongeselecteerd immigreren van niet-assimileerbare elementen.” De ideologie van de partij was zo aantoonbaar geworteld in een tegen buitenlanders gericht gedachtengoed. De vele neo-nazistische kaalkoppen die bij CP/CD demonstraties de Hitlergroet brachten, lieten weinig aan de verbeelding over. Daarbij deed Janmaat ogenschijnlijk bewust uitspraken die bevolkingsgroepen op basis van ras onderscheidden. Zijn schuimbekkende gelaat hielp niet. Die Janmaat was levensgevaarlijk. De vloedgolf van maatschappelijke verontwaardiging die hem overspoelde verduisterde de elementen van zijn betoog waarin hij het falende minderhedenbeleid aan de kaak stelde.

Anno 2009 baart Janmaats kritiek op de multiculturele samenleving geen opzien meer. Er klinkt verbazing over wat hij niet kon zeggen. Zelfs minister-president Balkenende stelde dat “de multiculturele samenleving niet iets is om naar te streven.” Janmaats uitspraken hadden eerder onze kalme blik verdiend. Ook in de context van de jaren tachtig vormde een fel debat over de multiculturele samenleving geen bedreiging voor onze democratie. Janmaats beweging had angstaanjagende elementen, maar de uitspraken waarin Janmaat niet discrimineerde waren geschikt voor een goed debat in de Tweede Kamer.

Wilders is een vaardiger en veelzijdiger politicus dan Janmaat, omgeeft zich niet met neo-nazi’s, maar wordt toch op de strafbank van extreem-rechts geplaatst. Het stigma van extremist en fascist zal zijn politieke functioneren beïnvloeden. Wilders uitspraken over de in zijn ogen fascistische islam en de de moslim-immigranten worden zo niet in het kader van het debat, maar in het kader van zijn vermeend rechts-extremisme gezien. Met een veroordeling van deze kritiek kan hij minder effectief functioneren. De toevoeging dat het hem niet om individuen, maar om een ideologie gaat, helpt niet. Extreem-rechts = fout. Dat is de halve waarheid. Wilders is een rechts politicus die het debat op stevige toon voert. Zijn uitspraken over de islam passen in zijn politieke doelstelling: de mening van bijna 600.000 kiezers vertegenwoordigen.

De parallel met zijn rol in het WAO debat, eind jaren negentig is verhelderend. Als kersvers kamerlid joeg hij ook toen kamerleden in de gordijnen. Volgens Wilders hadden mensen met psychische klachten geen recht op een WAO uitkering. Hij werd als “radicaal” verketterd. Inmiddels is de wet aangepast en krijgen mensen met psychische klachten veel moeilijker een WAO uitkering. Wilders stevige woorden dienden een doel. Vul voor WAO moslim-extremisme in, zet de klok tien jaar vooruit en de parallellen zijn zichtbaar. De onderwerpen verschillen, de toon is dezelfde. Oftewel: het onderwerp speelt geen rol bij de gekozen toon. Daarbij is overigens niet gezegd dat Wilders voorstellen over de islam in 2019 zijn uitgevoerd.

Een veroordeling door de rechtbank zal het stigma van rechts-extremist dat aan Wilders kleeft alleen maar vergroten. Bijkomend probleem: willekeur. Wat doen we anno 2009 met Wilders partijgenoten en al die andere mensen die vergelijkbare uitspraken doen? We moeten Wilders uitspraken zien als onderdeel van een publiek debat over de multiculturele samenleving waarin stevige uitspraken een goed debat mogelijk maken. Daarbij moeten we er niet voor terugdeinzen om de politieke overtuiging van negen parlementariërs te laten bestrijden door hun 141 gekozen collega’s. Precies zoals dat in een democratie hoort te gaan.