Engeland=voetbal, voetbal=Engeland. Nu ik zes dagen in de week aan de County Elections in Hertfordshire werk, vormen de zaterdagen een welkome afwisseling. Iedere week een reis naar een “Home of Football”. Vandaag: van Wembley naar Upton Park in 90 minuten.
Stevenage Borough heeft zojuist van York City gewonnen. De ‘FA Carlsblerg Trophy’, de beker voor teams die niet in de eerste vier afdelingen van de Britse profliga spelen, mag met de ploeg uit de vijfde divisie mee naar huis. Beelden van duizenden uitzinnige supporters bereiken me niet. De impressie van het grote stadion, een sfeerloze betonnen bak die gemakkelijk voor ieder ander immens stadion door kan gaan, lijkt verdwenen. Op het moment dat de scheidsrechter fluit ben ik al weg, op naar Upton Park, thuishaven van West Ham United.
Van Wembley naar Upton Park lijkt op de kaart geen lange route, maar met zo’n negentig minuten te gaan voor West Ham tegen Liverpool begint, lijkt alles lang. De Olympic Way, op de heenreis nog zo’n gepaste entree naar Wembley, is een kwelling. Bijna een kilometer lang lonkt het metrostation, zonder zichtbaar dichterbij te komen.
Het volgende uur boemelt de trein langs Euston Square, Farringdon en Moorgate, leggen de stewards van de metro alle omleidingen haarfijn uit en stottert het treinstel Upton Park binnen. De route naar het stadion voert langs Queens Market, waar de geuren van verse vis en specerijen door de lucht zweven, en langs opmerkelijk veel winkels waar je én je nagels kunt laten doen én een mobiel kunt kopen én geld naar je familie in Ghana kunt overmaken.
Upton Park ligt ingeklemd tussen de woonhuizen. Het stadion lijkt uit z’n voegen te barsten. Smalle gangen, stijle trappen.
In vak zeven in de nok van de Oost-tribune daalt de stemming snel. Na 80 seconden mag Steven Gerrard alleen op de keeper af: 1-0. 89 troosteloze minuten volgen. Liverpool is te sterk, te snel en te goed georganiseerd. Gerard, Torres en Kuyt doen wat ze willen en wanneer ze dat willen. Gerrard kan het zich zelfs permitteren om een penalty hard tegen de keeper aan te schieten: hij scoort alsnog.
Het leukste moment van de eenzijdige wedstrijd? Vlak voor rust. West Ham’s Di Michele mag alleen op Liverpool keeper Reina af, speelt de bal onhandig te ver voor zich uit en valt, uit pure frustratie. Als hij opkrabbelt heeft de scheidsrechter nog een verrassing: de gele kaart. Die kaart is na de verprutste kans welverdiend.
Naast mij leunt een fan tegen lichtblauwe metalen balken, vol met roestvlekken. Een geel verscheurd plakkaat gebiedt tot “please keep walkway cl…”. De andere woorden zijn weggevallen. Het had toch geen zin. De ‘walkway’ is hier in de zolderkamer van het stadion niet meer dan 30 centimeter breed en alleen toegankelijk voor koortdanseressen of mensen die graag vallen.
Na de wedstrijd genieten de supporters in vak zeven nog tien minuten verplicht na van de afstraffing. De uitgangen zijn te klein en de gangen onderin het stadion te smal. Stil staren de meesten voor zich uit. Op het veld ruilen spelers van shirt. Een groepje Liverpool supporters steekt plagerig haar handen in de lucht, wijd als een adelaar, naar de West Ham fans. Niemand spreekt. Het is stil.
Buiten het stadion is het bijna net zo stil. De handelaren op Green Street verkopen video’s en boeken over de notoire hooligans van West Ham. Ook wel de Inner Cit Firm genoemd. Brede mannen snoeven over de onbegrijpelijke ontwikkelingen bij de broeders met het groter geld: Arsenal en Chelsea.
Op nummer 341 schuift een oude vrouw witgehaakte gordijntjes opzij. Ze kijkt naar de mensen voor haar raam. Haar witte haren in een strakke golf. Af en toe draait ze zich om, en keert met een glimlach op haar gezicht terug. Even ontspant haar onderlip, die anders gekruld om haar kunstgebit klemt.
Op straat kijkt niemand op. Enkele Indiërs lopen stapvoets vanaf Queens Market, tegen de menigte in richting het stadion. De menigte voetbalsupporters rent de andere kant op, naar de metro. De supporters weten kennelijk niet dat de krappe ontvangsthal van metrostation Upton Park net groot genoeg is om een ruime biljartzaal te herbergen.
Bobby’s schermen de ingang af. Achter hun ruggen schijnt vaal licht in de wit betegelde stationshal. Net als de talloze auto’s, taxi’s en dubbeldekkerbussen is ook het voetgangersverkeer tot stilstand gekomen. Links van het station strekt de rij zich honderden meters uit.
Een politieman wijst een rossige Liverpool-fan de weg naar het volgende metrostation. Ik luister en de agent ziet een link. “There’s your friend”, zegt hij tegen de man, die Paul blijkt te heten.
Het begin van een stevige wandeling en een goed gesprek. You’ll never walk alone.
No Comments