New York Yankees, Yankee Stadium en The House That Ruth Built
Aan de overkant van de straat staat het nog steeds. Yankee Stadium. Het oude Yankee Stadium. The House That Ruth Built. Grijze doeken dekken de buitenkant af, door een spleet tussen de tribunes is de tribune in het verreveld nog net zichtbaar. Een groot zwart gat. De stoeltjes zijn verdwenen en worden nu aan de overkant van de straat in het nieuwe Yankee Stadium (bouwkosten: een miljard dollar) tegen woekerprijzen verkocht.
Niet alles is veranderd. Net buiten het metrostation staan grote zwarte mannen in wijde shirts. Ze speuren de omgeving af op zoek naar mensen aan wie ze kaarten kunnen verkopen of van wie ze extra kaarten kunnen kopen. Sommigen schreeuwen het uit, anderen fluisteren, met een stem ergens halverwege angst en hoop (angst omdat het geen volledig legale business is, hoop op een goede deal). “Tickets, tickets, whóóóó needsssss tickèts.” De markt waarin ze zich bewegen is even onvoorspeelbaar als beweeglijk, hun werk een elementaire les in de werking van vraag en aanbod.
Boven de hoofden van de verkopers dendert de metro. Het spoor werpt donkere schaduwen op de mensen die onder de metalen constructie doorlopen. Op het kruispunt zwaait een jonge agent driftig. Haar armen onderbreken het geknipper van de stoplichten, haar wil is wet.
De Yankees spelen tegen de Texas Rangers. Geen team met een rijke historie, maar wel een ploeg die dit jaar meedoet om een plaats in de play-0ffs en zo wordt ook deze op het eerste gezicht onbelangrijke dinsdagavond een beetje belangrijk.
Andruw Jones komt niet in actie. De Nederlander heeft al langere tijd moeite om het niveau waarop hij aan het begin van deze eeuw speelde te evenaren en is daarbij ook nog eens geblesseerd.
Het stadion is twee uur voor de wedstrijd nog groot en leeg. De supporters slenteren over de rondgang in een bouwwerk dat in alles de geur van geld uitademt. De duurste kaartjes kosten 2000 euro per wedstrijd, restaurants, bedrijfsnamen en suites zijn er in overvloed.
Achter een glazen wand, omgeven door grote hompen vlees die aan haken in een vitrine hangen, snijdt een slager steaks in fijne plakken. Carl’s Steak. Voor 15 dollar mag u ook een broodje proeven. De rij is niettemin aanzienlijk.
Dit is het huis van de Yankees en daar speelt geld geen rol. Kennelijk ook niet bij het ontwerp van de goedkoopste zitplaatsen, de bleachers in het buitenveld. De bleachers zijn vaak eenvoudige bankjes waar je voor een paar dollar (of, naja, 15 dollar) met je gezin goedkoop kunt zitten. Mocht dat laatste bij de Yankees lukken (prijs bleachers, 14 dollar), dan is het uitzicht wellicht een probleem: midden tussen de twee bleacher tribunes in, staat een grote sportsbar die het zicht op een deel van het veld ontneemt. Zo wordt de scheidslijn tussen rijk - je ziet alles en krijgt er nog een serveerster bij ook - en arm - weinig betalen, weinig zien - wel heel pijnlijk benadrukt. Ongewild, dat misschien wel, maar het effect blijft hetzelfde.
Texas neemt vijf punten voorsprong en de wedstrijd kabbelt naar het einde. In de negende inning is nog slechts een derde van het stadion gevuld. Plots komen de Yankees tot leven. De Texanen gooien wijdballen en laten de Yankees terugkomen tot 10-9. Daarna is in een klap alles voorbij. Melky Cabrera slaat in een dubbelspel. De fans zwijgen en verdwijnen in de nacht.